wo

21 feb

‘Ik krijg van Steven een trapliftje als ik straks niet meer goed kan lopen’

 

Leesduur: +/- 6 min

Gerdien Bersee komt het terras oplopen met haar man. Gerdien is een echt Hollandse vrouw, ik kan haar voor mij zien op het bankje van haar volkstuin in de Jordaan, of de tuin omploegen in de polder. Gisternacht had ze haar handen nog diep in de wc van de Disco Dolly om er vervolgens sigarettenpeuken, glaswerk en andere geintjes uit te halen. Dezelfde handen die nu de handen van haar verse echtgenoot Hans vasthouden – afgelopen zomer trouwden ze. Gerdien is een vrouw van aanpakken, nooit bij de pakken neerzitten en doorrammen. Opgeven staat niet in haar woordenboek. Iedereen kent Gerdien als de moeder van de Dolly. Luisteren doet ze zorgvuldig en advies heeft ze altijd paraat. Iedereen gaat altijd met goed gevoel weer de zaal in na een bezoek aan haar wc.

 

Interview door: Florian Teufer

 

Ik ken jou alleen als de toiletjuffrouw van de Dolly, maar dat was je niet altijd?

‘Ik heb de Pabo afgerond om als juffrouw aan de slag te gaan, maar ik had een hekel aan kinderen. Eigen kinderen is anders, dan gaan je hormonen meespelen. Tijdens mijn studie had ik een bijbaantje bij een schoonmaakbedrijf op een kazerne in Haarlem. Op een gegeven moment vroegen ze me of ik niet meer kon dan schoonmaken en zo ben ik bij defensie gaan werken als opleidingssecretaresse aan de militaire koksschool in Haarlem. Toen de kazerne ging sluiten en ik overgeplaatst dreigde te worden ben ik bij het postkantoor gaan werken aan het loket. Mijn kinderen werden geboren (ik heb er 4) en ik ben gestopt met werken.’

‘Pas toen ze weer groot waren ben ik weer aan het werk gegaan. Maar in Friesland is het aanbod niet zo groot en ik lag er al zo lang uit, dat ik blij was met simpele baantjes. Zo heb ik jaren op de taxi gezeten en deed ik af en toe een klusje als wc dame in Leiden, Breda, Utrecht of waar ze ook maar iemand nodig hadden. Ik vond dat geweldig, zo gezellig!’

‘Daarna werd ik wc-juffrouw. Eerst in Sneek, bij de plaatselijke discotheek, maar later een seizoen in Zeeland, waar ik dan ook op een camping stond, of in Antwerpen, op het centraal station, waarbij ik drie dagen werkte en drie dagen vrij was en dan naar huis ging. De dagen dat ik werkte, sliep ik in de auto op een parkeerterrein buiten de stad. Dit was in de periode na mijn scheiding en financieel de zwaarste tijd.’

Rijd jij echt elke nacht van Friesland naar Amsterdam?

‘Jawel. Mijn huis staat dus nog steeds in Friesland, in een dorpje vlakbij Sneek. Ik kan dat huis nog niet opzeggen, want 2 van mijn kinderen wonen daar nog, maar Ik ben daar niet vaak, want mijn man woont vlakbij Ede, in een prachtig huisje, wat achter een boerderij staat. We hebben dat samen gevonden en zijn het nog steeds aan het opknappen. Dat is namelijk mijn aller grootste hobby; inrichten, verven, klussen, meubels en spulletjes zoeken voor in huis, brocantemarkten afgaan.’

Waarom ben je in godsnaam naar Friesland verhuisd? Ik hoor geen Fries accent.

‘Omdat ik was getrouwd met een man met autisme. Hij kon niet in een woonwijk wonen. We woonden eerst in Hoofddorp en daar ging het helemaal mis. Hij zorgde met zijn gedrag voor heel veel overlast en daar schaamde ik mij voor. Voor de kinderen was het natuurlijk ook verschrikkelijk. Mijn ex zei: “Als ik maar de ruimte heb en geen mensen om me heen dan gaat het veel beter.” Maar dat gedrag bleef. Hij werd volledig afgekeurd en zat opeens de hele dag thuis. Dat was zo zwaar, je kon hem niet alleen laten en hij werd steeds maar moeilijker in zijn gedrag en ik verzorgde hem. Ik dacht er verder niet bij na, maar liefde en aandacht kreeg ik niet van hem en daar was ik gewend aan geraakt.’

‘Totdat er via Facebook een oud klasgenoot contact zocht. Hij was in 1975 ook een hele korte tijd mijn vriendje geweest. We raakten aan de praat en al snel begon hij te flirten. Ik wist niet wat me overkwam en was al heel snel hoteldebotel! Ik vertelde het aan de kinderen en die stonden achter mij. Ik heb het nog even aangezien met mijn ex, maar er was geen houden meer aan. Met heel veel angst in mijn lijf heb ik mijn man verteld dat ik  het niet meer kon en wilde scheiden. Ik heb dat bijna met de dood bekocht. Hij is uiteindelijk veroordeeld voor poging tot doodslag en zware mishandeling.’

‘De relatie met de jeugdliefde duurde vier maanden en toen was ik opeens alleen.

Er moest van alles geregeld worden voor de scheiding en ik zat met de kinderen nog in Friesland. Het werd me allemaal te veel en ik viel in een gigantisch gat. Ik kon niet met mijn vrijheid om gaan en ben twee jaar totaal van slag geweest.’

‘Om afstand te nemen heb ik een Chalet in Putten gehuurd. Ik kwam daar tot rust en ik heb mijn huidige man leren kennen. Ik kan eigenlijk zeggen dat 2 mannen mijn leven hebben gered. Dat is allereerst natuurlijk mijn grote liefde Hans, maar ook Steven Vermaas. Met zijn waanzinnig drukke leven en al zijn projecten heeft hij toch altijd de tijd genomen om mij te helpen, hij heeft er alles aan gedaan om mijn leven weer op de rit te krijgen en altijd begrip getoond. Wat hij allemaal heeft gedaan, dat zal ik nooit vergeten. Ik was en ben hem zo dankbaar en ook omdat hij het opperhoofd is van Disco Dolly. De plek waar ik weer de kans heb gekregen om ergens bij te horen. Daarom heb ik hem gevraagd om mijn getuige te zijn.’

Hoe ben je als toiletjuffrouw uit Friesland, in de Disco Dolly terechtgekomen? Ik neem aan dat er geen advertentie bij de lokale Albert Heijn hing.

‘De nachtclub in Sneek was soms zo rustig dat ze mij voor lange periode telkens niet nodig hadden. Ik stuurde mailtjes naar verschillende discotheken in Amsterdam. Overal kon ik aan de slag. En ook disco Dolly reageerde positief. Steven stuurde: “Kom maar een keer proberen.” Dus dat heb ik gedaan, maar de eerste twee nachten zag ik helemaal niemand, ik ging aan het einde van de nacht naar huis en dacht wat is dit voor een raar gedoe, weet niet eens wie hier de baas is of hier werkt. Ik werd op een kruk bij de wc gezet en dat was het. De volgende dag heb ik een mail gestuurd dat ik niet meer kwam, maar Steven stuurde een mail terug dat het hem speet en of ik het nog een keer wilde proberen. Ze lieten mij een beetje aanklooien en dat werkte wel. Die puinhoop in de Dolly heeft ook wel wat. Ze zijn meer creatief dan organisatorisch, daar heb ik mij inmiddels wel bij neergelegd. Ik haal zelf de spullen die ik nodig heb, later declareer ik het.’

Waarom vind jij de Dolly zo leuk? Of betalen ze gewoon goed.

‘Iedereen is uniek. Er is niemand bij de Dolly die ik onaardig vind. Ook al sta ik in de kelder, toch heb ik het idee dat ik er helemaal bij hoor. Iedereen komt een praatje maken en je ziet de hele nacht door allemaal mensen op- en afkomen. Dj’s en bezoekers die ’s nachts naar huis gaan komen mij toch even een zoen geven. Dat is heel leuk, want ik ben een geboren wc-juffrouw, want ik houd van mensen.’

Hoe zit het met het betalen voor de wc?

‘Het is vrijwillig, zo moet je het zien. De meesten geven altijd wel wat geld voor de wc, maar vaak ook niet. Steven zei tegen mij: “Je gaat zitten en als je aardig genoeg bent dan krijg je het vanzelf.” Nou die leeft in een sprookjeswereld, want dat gebeurt allang niet meer.’

‘Jongens zijn makkelijker dan meiden met betalen. Meiden proberen je te ontlopen. Als iemand vraagt wat ze moeten betalen, zeg ik vijftig cent en als ze minder geven dan zeg ik er niks van. Ik kan niet zeggen je moet het zelf weten, want dan krijg ik niks. In het begin kreeg ik veel meer geld. Omdat mensen contant geld op zak hadden, nu pint iedereen alles.’

‘Kijk: ik heb een hekel aan meisjes die heel stiekem de wc in en uitlopen zonder mij aan te kijken of te betalen. Dan zeg ik: “Moet je luisteren meid, het maakt me niet uit als je geen geld hebt, het is vrijwillig. Maar dan wil ik wel dat je me gewoon gedag zegt.” Meestal komen ze daarna nog even een drankje met me doen en kletsen. Het geeft niet als ik niks krijg, maar ik wil wel dat mensen gedag zeggen en me waarderen.’

Wat is het smerigste dat je ooit hebt meegemaakt in de Dolly?

‘Ze poepen weleens naast de wc. Ik ben eigenlijk niet zo vies van poep. Sigaretten vind ik heel smerig. Een sigaret in een flesje cola kan ik het niet eens opruimen. Laatst was er een Amerikaan die niet wilde betalen, want hij begreep niet waar dat voor nodig was. De heren wc was verstopt, dus ik stak mijn hand in de pot. Een drol in een glas verstopte de boel. Net softijs. Ik zei tegen die Amerikaan: “Kijk, hier betaal je nou voor.” De hele avond heeft hij netjes betaald.’

Dat klinkt redelijk smerig. Wat is het leukste wat je ooit hebt meegemaakt in de Dolly?

‘Jongens dragen tegenwoordig skinny jeans, dan kunnen dames zien of ze goed bedeeld zijn van voren. Een gozer knoopte zijn broek los en toen viel er een geiten wollen sok uit. Gelachen heb ik. De hele avond heb ik de sok als trofee op mijn tafel gehad.’

Je hebt Marlon Arfman een keer vies voor het blok gezet? Hij voelde zich als een klein kind in de hoek gezet.

‘Snuiven is bij mij snuiven. Ik vind het heel erg als mensen dat doen. Binnen stonden drie grieten te snuiven in de plee, dus die had ik eruit gestuurd. Even later zag ik ze weer binnen lopen. Ik liep naar buiten om te vragen wie ze weer naar binnen had gelaten en toen bleek dat Marlon het had gedaan. Ik heb duidelijk gezegd dat ik dat raar vond. Hij stond allemaal smoezen te vertellen en zijn vriendin vond het mooi, zij stond met haar duim omhoog. Achteraf bood hij wel zijn excuses aan. Even later dacht ik: oei, wat heb ik gedaan. Marlon is niet zomaar een barman, hij is een van de eigenaren. Toen was het al gebeurd.’

‘Men noemt mij een dictator van de wc. Dat is natuurlijk grappig bedoeld, maar ik zie mezelf heel anders. Ik maak me oprecht zorgen over al dat drugsgebruik. Ze noemen me dan ouderwets, of zeggen dat ze zelf heel goed weten wat ze doen, maar ik zie hoe ze veranderen en ik weet wat het met je hersenen doet. Het is gewoon krankzinnig ongezond en daar kan ik niet achter staan. Ik ga niet net doen alsof ik het niet zie. Ik zeg er altijd wel wat van. Als ze daar met hun mond staan te draaien en hun vingers staan helemaal krom, dan zeg ik: “Wees toch een beetje zuinig op jezelf”. Ze waarderen dat, echt waar, dan willen ze een knuffel of geven ze me een zoen. Ik zit daar niet alleen om geld te verdienen, ik heb een verantwoordelijkheid. Misschien speelt mijn moederschap ook wel mee.’

Ik neem aan dat het niet makkelijk werken is met al die dronken mensen. Breekt het werk je wel eens op?

‘Soms breekt het me op. Een tijd geleden was de riolering kapot. Drie nachten lang heb ik in de pis en schijt gestaan. De managers zeiden wel dat het gemaakt zou worden, maar het gebeurde niet. Nachtenlang stond ik de wc leeg te pompen. Waar moet ik dat water laten?! Alles zit vol. Op een gegeven moment krijg je daar genoeg van.’

Je hebt er nooit aan gedacht om voor een andere tent te werken?

‘Nee. Er zijn heus wel nachten dat ik denk, hoe kom ik hier weg of dat ik echt loop te schelden en tieren, ik heb bij Dolly leren vloeken in alle talen. Ik zeg weleens dat ik er een ziekte van jules de la tourette heb opgelopen, maar dat ligt niet aan de Dolly of aan de collega’s. Zij hebben het ook vaak zwaar, zoals mensen die glazen naar ze gooien of zelf bier proberen te tappen. Sommige bezoekers hebben totaal geen respect. Die lui gaan ook naar andere tenten, dus ik kan wel ergens anders heen maar daar komen ze ook. Ik ben erg op mijn collega’s gesteld en soms gaat dat nog dieper. Dan voel ik een hechte vriendschap, een verbondenheid en ik denk dat dat gevoel uniek is.’

Je bent de moeder van de Dolly.

‘Ik krijg van Steven een trapliftje als ik straks niet meer goed kan lopen. Je moest eens weten hoeveel aanbiedingen ik krijg van horecazaken om daar te komen werken, maar ik ga nooit weg. Ik hoor bij de Dolly. Het nachtleven heeft wel invloed op mijn privé leven. Na het avondeten ga ik naar bed tot tien uur en dan stap ik in de auto naar Amsterdam. Mijn man is vaak alleen en ik ook. Soms kom ik ook wel eens thuis en dan is het zo erg geweest dat ik moet huilen, maar dan is mijn man daar en dan komt het wel weer goed.’