wo

25 apr

“Een statement maken met digitale muziek is lastig”

Leesduur: +/- 6 min

Met een lach waar geluidsystemen schril bij afsteken en een drankje dat zijn naam draagt is Arne Visser (Cinema Royale) op z’n minst indrukwekkend te noemen. Zijn warme uitstraling maakt elke ontmoeting een fijne, zijn visie en uitgesproken mening kunnen een vluchtige avond waardevol maken. Een openhartig gesprek met een icoon van het straatje, en de Amsterdamse nacht.

Interview door: Florian Teufer

Arne, je bent half Italiaans?

‘Dat klopt, mijn moeder komt uit Rome. Mijn vader studeerde geschiedenis en liep stage in Rome. Hij deed een taalopdracht voor een man en die gaf hem de keuze: een paar flessen wijn, of een huisfeest voor je diensten. Toen zijn ze naar dat feest gegaan en leerde hij mijn moeder kennen. Zij verhuisde mee naar Amsterdam, als een vuurpijl zo het ouderlijk huis uitgeschoten. En opeens verhuisde mijn vader naar fuckingVoorburg. Zat ze daar tussen de kak madammen. Ze leerde de Nederlandse taal en Hollandse pot maken. Wij aten thuis nooit Italiaans. Courgettes of mozzarella waren ook niet in de schappen te vinden.’

Wat deed je voordat je aan de slag ging als dj?

‘Ik heb een opleiding tolk/vertaler gedaan in Maastricht. Italiaans – Engels. Eenmaal afgestudeerd vond ik daar niets meer aan. Toen ben ik geruime tijd bemiddelaar geweest bij een uitzendbureau op de Dam. Daarna heb ik gewerkt voor een organisatie die opdrachten aannam van de gemeente Amsterdam. Elke dag strak in pak naar werk en nep cappuccino’s drinken. Ik dacht: “dit gaat niet goed.” Toen heb ik de stekker uit die carrière getrokken.’

‘Bij Heineken zochten ze iemand voor drie dagen per week op de IT afdeling. Perfect. Vijf jaar lang heb ik software voor het hoofdkantoor geregeld. Ik was helemaal geen IT expert, maar ik kon logisch nadenken. Als klanten belden voor een webcam of weet ik veel wat, belde ik de helpdesk op. Zij vertelden mij wat ik moest hebben en dan onderhandelde ik met de IT aanbieders. Elke dag ging ik fluitend naar werk. De rest van de week was ik aan het draaien.’

Ik wil je niet het hemd van het lijf vragen, maar waarom altijd een hemd?

Bulder lachend: ‘Goeie vraag. Ik vrees dat het een overblijfsel is uit mijn gouden uitgaanstijd. Dolce & Gabbana bracht het hemd als uniek kledingstuk op de markt. Voorheen droegen zakenmannen dat alleen onder hun overhemd. Ik had hemden laten bedrukken met de koppen van nieuwslezers. Dat vond ik hilarisch. Mijn vrouw heeft heel lang gewerkt bij de Lady Day en nam vaak kleding mee. Daarom draag ik het nog zo veel.’

Waar komt jouw passie voor muziek vandaan?

‘Ik was altijd al een liefhebber van muziek in alle soorten. Toen ik naar Amsterdam verhuisde op mijn negentiende en de house scene ontdekte kwam de fascinatie. In de Roxy en de IT raakte ik in de ban van muziek. Veel mensen zagen house als een hype. Het werd gezien als een subcultuur voor homo’s, travestieten, kunstenaars en hedonisten. Maar het Amsterdamse uitgaansleven was zo krachtig dat het niet over ging. Amsterdam was heel vrij. In die tijd hing er meer kunst in de Roxy, dan in het Stedelijk Museum. Kunstenaars hingen daar hun schilderijen op, deden het decor of voerden een act op. Elke avond was een beleving.’

En wanneer ben je zelf dan begonnen met draaien?

‘House muziek raakte geïndustrialiseerd en de kwaliteit zakte in. Ik zat vast met mezelf en besloot mijn broer op te zoeken in New York. Daar leerde ik Mondo Lucien kennen, een bekende lounge dj uit New York. Hij had een vaste avond in The Greatest Bar on Earth, op de bovenste verdieping van één van de Twin Towers.Daar stonden travestieten, Wall Streetfiguren, mannen met gouden tanden en modellen. Lucien draaide niet genre gebonden. Nee, hij flikkerde gewoon alles door elkaar. Van hiphop tot bossa nova en house. Ik had nog nooit zoiets gezien of gehoord.’

Waarom ben je ooit begonnen met draaien?

‘Toen ik terugkwam in Amsterdam ben ik fanatiek filmmuziek gaan verzamelen, dat was een zotte ingeving. Ik was nooit de dj die op schoolfeestjes stond te draaien, ik bedoel, ik was 27 toentertijd. Filmmuziek is ook totaal niet geschikt voor de dansvloer. Het is atmosferisch en vooral beeldend. Ik stuurde een tape naar het Film Festival in Rotterdam. Tot mijn verbazing werd ik gebeld. Bleek dat het hele productiekantoor om die tape aan het vechten was. Sloeg nergens op. Een aantal optredens later stond ik in het voorprogramma van Richie Hawtin, in de Schouwburg. Ik ben mij toen meer gaan verdiepen in labels en genres en ik probeerde het zo divers mogelijk te houden. Meer dj’s begonnen genreloos te draaien, er ontstond een nieuwe beweging en die is er nu nog steeds.’

Komt jouw platencollectie inmiddels niet tot boven het plafond uit?

‘Ik weet nog toen Marlon [mede-eigenaar Disco Dolly, red.] bij mij thuis was en vroeg ‘Is dat alles?!’ Het zijn toch zeker vijfduizend platen. En ik weet van Tako, mede-eigenaar van Red Light Records, dat hij ook ongeveer vijfduizend platen heeft, en hij is een van de hardste diggerster wereld. Je geeft vaak platen weg en ik verkoop wel eens wat op Discogsals ik merk dat ik het niet vaak genoeg draai.’

‘Weet je wat het is: ik ben voor het internet tijdperk begonnen met draaien. Een platencollectie opbouwen was best moeilijk, want je was afhankelijk van wat er werd aangeboden. Vroeger liep je een platenzaak binnen en dan zei de eigenaar doodleuk dat hij die bewuste plaat niet had, terwijl het achter de counter klaarlag voor een hot shot dj. Door alle platen in bakken voor de balie neer te zetten heeft Rush Hour die hiërarchie doorbroken.’

Notitie: inmiddels ben ik bij Arne thuis geweest. De bovenbuurvrouw heeft een meter moeten ophogen.

Draaien met USB-stick is nu de norm. Hoe was het om te draaien in de tijd voor CDJ’s?

‘Ik had een vriend Erik Verburg. Erik draaide op een feest in Delft een echte house hit: Devotionvan Nomad. Samen met honderd house freaks stond ik te dansen. Iedereen ging los en uit het niks brak hij die plaat in tweeën en gooide ‘m zo het publiek in. Ik had nog nooit zoiets gezien. Hij had het zo gehad met die plaat. Dat staat zo ver van het draaien met USB sticks vandaan.’

Waarom dan dat ding door midden breken?

‘Je platentas staat gelijk aan je persoonlijkheid. Als je bij iemand thuiskomt ga je toch ook door z’n boekenkast heen, dat is net zo. Erik wilde met deze actie een statement maken. Kan iemand kracht bijzetten met een Spotify playlist? Ik weet het niet. Ik heb ook digitale muziek, tuurlijk, maar een statement maken met digitale muziek is lastig. Als ik met platen aankom zijn er tegenwoordig jongeren die dat waarderen. Voorheen keken ze me aan alsof ik uit een stenen tijdperk kwam. Nu waarderen ze dat ik heb geïnvesteerd in muziek. Ze zijn er gecharmeerd van.’

San Proper is nog zo’n rockster, toch?

‘San Proper is onwijs onvoorspelbaar. Draaien is imperfectie. Een tent leegdraaien als je binnenkomt moet kunnen en daarna begin je weer opnieuw met fris publiek. San is daar een meester in en daar heb ik onwijs veel van geleerd.’

Even later: ‘Wat veel dj’s niet durven is een vacuüm creëren en een zijpad in slaan met alle bijbehorende risico’s. Ze draaien liever op safe. Het is problematisch dat veel dj’s het publiek naar de mond willen draaien. Mensen met geiligheid de nacht in laten gaan is goed, maar telkens muziek draaien die mensen al kennen is niet heel vernieuwend. In wezen is het een vreemd gegeven dat iemand betaald wordt om het feit dat-ie verstand van muziek heeft om vervolgens te draaien wat mensen al kennen. Je wordt toch gevraagd om mensen in contact te brengen met muziek die ze niet kennen en waardering te creëren. Breng je muziek op een manier die leidt tot verfrissing.’

Je bent al twintig jaar een iconisch figuur in het nachtleven. Hoe blijf je relevant?

‘Het is een wonder dat ik tussen al die duizenden dj’s nog steeds zo vaak geboekt word. Misschien stop ik er over een tijd wel mee. Je moet stoppen op een moment dat mensen het jammer vinden dat je weggaat. Er is niks pijnlijker dan mensen die zich afvragen of het niet tijd wordt of je wat anders gaat doen. Je moet blijven draaien zolang je relevant bent. Dat geldt voor elk soort artiest. Je moet je overgeven aan een tijdsgeest.’

‘Op het moment zoek ik veel reggae-disco (veel tragere muziek). Het tempo in de muziek lag vroeger heel hoog, de gemiddelde hartslag van de mens is 120 beats per minuut en dat is waar veel muziek ook naar neigt. Zodra je tragere muziek speelt geef je een heel ander gevoel aan de avond en dat wil ik graag doen.’

Neemt een hijs van een peuk en denkt na: ‘Hetzelfde geldt trouwens voor ambient of Zuid-Afrikaanse house. Ik zeg niet dat dit dé nieuwe ontwikkeling is, maar het vindt wel plaats. Ik weet niet of het een reactie is op onze gehaaste levensstijl van tegenwoordig, maar het voelt wel alsof we nu klaar zijn voor muziek met minder beats per minuut. Misschien zijn mensen er nog wel helemaal niet klaar voor, maar daar komen we wel achter.’

Waar test je dit uit? Niet iedereen vindt dat even leuk, dat weet jij ook.

‘In Dolly en Bloems draai ik altijd voor jong publiek. Dat houdt me scherp en daar ben ik de plekken dankbaar voor. Ik krijg veel nieuwe input en feedback van de regulars, gast DJ-s en het team dat de boel daar draaiend houdt. Naarmate mensen ouder worden, worden ze sentimenteler en staan ze minder open voor vernieuwing. Dat is de doodsteek voor veel dj’s. Om altijd open te staan voor vernieuwing moet je je geest open houden en op plekken draaien waar jonge Amsterdammers komen.’

‘Als je muziek verzamelt ben je afhankelijk van anderen. In de Bloemenbar en Dolly heb ik veel mensen achter de schermen meegemaakt die platen tipten en muziekstijlen aanbevolen. We hebben elkaar altijd goed geholpen.’

Wat bedoel je daar precies mee?

‘Er is geen enkele tent die met zo veel liefde en bevlogenheid de boogie en jaren 80’s sound weer op de kaart heeft gezet als de Bloemenbar. Daar zijn al die jongens uit ‘t straatje veel mee bezig geweest toen de Bloemenbar net opende. Amsterdam is inmiddels boogie towngeworden. De Bloemenbar heeft daar voor mijn gevoel een groot aandeel in gehad. Ze omarmden de boogie sound terwijl iedereen nog bezig was met techno.’

Nog één keer, ik heb het verhaal al zo vaak gehoord. Maar hoe ben je in de Bloemenbar terechtgekomen?

‘De eerste keer dat ik moest draaien in de Bloemenbar stond Marlon nog achter de bar. Ik wist dat ik alles uit de kast moest halen om mijn visitekaartje af te geven. Aan het einde van de avond ging het licht aan en lag ik achterin de zaak in een poel van zweet. De avond had mij enorm geïnspireerd en toen iedereen de deur uit was hebben we keihard gelachen. Toen begon een gouden tijd.’