do

5 apr

‘Het leven is onvoorspelbaar’

Leesduur: +/- 6 min

Sidney Still – echte naam Sidney Brandeis – staat elke dinsdag en vrijdag in de bovenzaal plaatjes te draaien, op dezelfde plek waar hij bij zijn beginperiode in Dansen bij Jansen (in de zomer van 1990) nog tosti’s stond te grillen. Sidney is een veelzijdig persoon en heeft van zijn levenscarrière een bijzondere gemaakt. We drinken een kop koffie op een terras en direct merk ik dat ik verbaast ben over zijn carrière in de creatieve industrie. Op zijn vraag: ‘Wat wil jij later eigenlijk worden?’ Antwoord ik: ‘Ik heb geen idee en ik wil het ook niet weten.’ Waarop hij mij aankijkt, knikt en zegt: ‘Precies jongen, zo hoort het. Het leven is onvoorspelbaar.’ We drinken een kop koffie en praten over aangename onvoorspelbaarheid.

Interview door: Florian Teufer

Wat wilde jij vroeger worden? Zeg niet brandweerman, astronaut, of politie.

‘Popfotograaf. De Hitkrant was vroeger mijn bijbel en fotograaf Govert de Roos was mijn held. Door mijn obsessie met muziek ken ik al zijn foto’s. Govert is de man die op vijftienjarige leeftijd John Lennon fotografeerde in het Hilton. We leerden elkaar kennen door het werk en uiteindelijk raakten we bevriend. Hij kan mij een foto laten zien en ik weet wie het is en wanneer de foto gemaakt is, omdat ik heel veel muziek biografieën lees. We werken nu samen aan een aantal projecten.’

 

Als je zo’n fan bent van verschillende soorten muziek, waarom draai je dan alleen maar hitjes op dinsdag?

‘Omdat jij altijd komt kijken als ik hitjes draai en dat het ding is van boven bij Dolly. Heb je mij wel eens horen draaien op het terras van Meneer Nieges? Dj’s op een terras zetten altijd lounge muziek op, kabbelende poep house noem ik het. Nietszeggende nummers. Ik draai liedjes. De Beatles, Stones, pareltjes uit de popmuziek. Laatst draaide ik Neil Diamond – Red Red Wine. Iedereen kent dat nummer van UB40, maar dat is niet het origineel. Iemand op het terras vertelde mij met betraande ogen dat het hem aan zijn jeugd deed denken en ik kreeg een biertje aangeboden, dat vind ik leuk. Ik draai daarom ook vaak tijdens diners en dat soort evenementen.’

 

Jij hebt een geheime formule om een avond gezellig te houden. Wat doe je als je de mensen in de bovenzaal verliest?

‘Mensen verliezen is niet erg, want dan kun je weer opnieuw beginnen. Af en toe staat de sfeer mij niet aan, dan draai ik met drie schijt platen de zaal leeg. Dat doe ik om een nieuwe sfeer te creëren. Als mensen te aanwezig zijn en de sfeer verpesten, dan heb je een nieuwe sfeer nodig. Het kan wel druk zijn, maar drukte is niet altijd goed. Je kan beter met tien mensen een fantastisch feest hebben, dan een zaal met vijftig chagrijnige mensen. Er zijn wel eens groepen jongens die niet begrijpen hoe meisjes versieren werkt. Die denken dat ze heel aanwezig moeten zijn en dat een meisje die staat te dansen naast de speaker een gesprek met hun wil voeren. Als zo’n groep binnen is draai ik bewust een paar stomme platen en dat werkt. Binnen een kwartier heb je weer een nieuw sfeertje met nieuwe mensen.’

 

Uit betrouwbare bronnen heb ik vernomen dat jij het draaien serieus bent gaan nemen na een ontmoeting met Dick on Jazz?

‘Door Dick on Jazz ben ik weer gaan draaien inderdaad. In de jaren 90’ werkte ik in de Dansen bij Jansen. Achter de bar stond ik de muziek te regelen met cassettebandjes. Dat was zo leuk dat ze twee platenspelers en een mengpaneel kochten. Toen ben ik op de donderdagavond in de bovenzaal platen gaan draaien en dat liep uit de hand. In 1993 werd disco doodverklaard. Iedereen was overgestapt naar house. Ik kocht alle disco platen op voor een prikkie. Op een gegeven moment hadden ze boven een dj booth gebouwd. De bovenzaal was toen de helft van de Dolly nu, waar ik sta te draaien was vroeger een broodjesbar. Daar verkocht ik tosti’s en hotdogs. Ik studeerde toen nog aan de Filmacademie.’

 

‘Toen ik klaar was met de Filmacademie had ik eigenlijk geen zin om in de tv-industrie te werken, ik vond het een stelletje klootzakken. Bij toeval ben ik er toch in geraakt. Samen met Roel Reiné (regisseur van Michiel de Ruyter) zijn we aan onze carrières begonnen. Ongeveer zeven jaar hebben we televisieprogramma’s gemaakt. Hij produceerde en ik regisseerde en deed van alles daaromheen, zoals de publiciteit. Op de aftiteling stond altijd ‘Sidney Brandeis, whatever’. Daarna ben ik het management ingegaan. Ik vertegenwoordigde voornamelijk soap actrices, zoals Froukje en Georgina Verbaan, om een carrière op te bouwen na de soap. Ik vond het wereldje er omheen helemaal niet leuk. Met aandacht en succes krijg je veel idioten aan je deur. Ik heb al die tijd het fijne sfeertje van de Amsterdamse Horeca gemist.’

 

En toch werkte je wel in de filmindustrie.

‘Ja, want ik was er goed in en ik verdiende veel geld. Uiteindelijk ben ik er een tijdje tussenuit gegaan. Mijn privé leven liep niet zo lekker door een stalker. Na die periode ben ik voor de Playboy gaan werken. Ik bracht het concept Playmate naar Nederland: modellen uit de Playboy meer imago geven. Dat ging een tijdje heel goed, toch vond ik ook dat niet meer leuk. Nieuwe stagiaires dachten meteen dat ze Hugh Hefner waren, of een meisje dat twee keer in een krantje had gestaan dacht dat ze model was en ging dan vertellen hoe de wereld in elkaar zat.’

 

‘Na twintig jaar in de entertainmentwereld was ik er klaar mee. Wat ga je dan doen op je vijfenveertigste? Geen idee! Steven Vermaas ken ik al sinds dat hij vier was. Zijn halfbroer was mede-eigenaar van Dansen bij Jansen en vroeger draaide ik op feestjes van kleine Steven. Voor Steven was ik de dj van vroeger. De Dolly ging open, ik had contact met Steven en we vonden het allebei wel grappig als ik nog één keer boven zou draaien. Na die avond vroeg Steven: “Zullen we het volgende week nog een keer doen?”

 

We waren bij Dick on Jazz, weet je nog?

‘Ik stond voor de derde keer op vrijdag te draaien in de Dolly en Dick on Jazz stond beneden. Ik keek en ik dacht bij mezelf: deze man is 86, wat hij kan wil ik ook. Iedereen vond mij te oud om nog te draaien, maar door Dick on Jazz dacht ik het gewoon te kunnen. We zijn nu vier jaar verder, ik draai voor diverse locaties in de binnenstad en ik kan er leuk van leven. Maar nog belangrijker: mijn leven is ook veel leuker geworden. Elke dag heb ik een gevoel van thuiskomen.’

 

Je hebt een keer in de bak gezeten. Voor wat?

‘Vanwege die stalker. Hij vertelde de politie dat ik hem had bedreigd met een pistool. Ik werd midden in de nacht van mijn bed gelicht. De hele binnenstad lag in een deuk, want ik deed nooit mee aan gekke of foute dingen. Ik had wel een grote bek, maar was eigenlijk het braafste jongetje uit de klas. Tien dagen werd ik vastgehouden en toen kwam justitie erachter dat ze een fout hadden gemaakt. Ze zeiden dat de aanklacht ingetrokken zou worden als ik geen verdere stappen zou ondernemen. Ik had heel veel nare publiciteit gekregen, dus ik had zoiets van dit gaan we even lekker voor de rechter uitvechten. We zijn de rechtszaak aangegaan en ik kreeg een schadevergoeding van achtentwintigduizend euro.’

 

‘Ik werd enorm geholpen door de entertainmentwereld. In zo’n situatie leer je je echte vrienden kennen. Bijvoorbeeld fotograaf William Rutten. Wij mochten elkaar nooit zo. Je hoeft natuurlijk ook niet iedereen aardig te vinden, zeker niet in die industrie. Hij was een van de eersten die zag dat de zaak niet pluis was en stuurde me uit het niets een hele lieve en steunende mail. Dat heeft ons dichter bij elkaar gebracht. Ook collega managers sprongen bij. Namen mijn artiesten tijdelijk onder hun hoede en regelden de beste advocaten voor me. Het waren de grote namen die me steunden, en dan zie je dat de kleine nikszeggende ratjes die slap lulden of er een voordeeltje uit probeerde te halen. Wat ze niet in de gaten hadden is dat andere mensen dat ook zagen en het uiteindelijk ten koste van jezelf gaat. Anyway, ik heb veel geleerd van die ellende en daar mijn voordeel uit gehaald. Een levensles.’

 

In die tijd werd je vertegenwoordiger van John Kraaijkamp sr.?  

‘Op de dag dat hij met pensioen ging heeft hij mij gevraagd of ik hem wilde vertegenwoordigen. Ik moest de media op afstand houden en ervoor zorgen dat niemand een loopje nam met zijn verleden. Één keer in de week zat ik bij hem op de bank vis te eten, we werden vrienden tot aan zijn overlijden. Na zijn overlijden heb ik drie dagen niet geslapen, omdat er zo veel media op me afkwam. Ongekend. In de entertainmentwereld kon je mij al die jaren vergelijken met FC Utrecht, een middenmoter die af en toe flink kon pieken. Na het overlijden van John kwam ik in de Champions Leaugue terecht. In die periode heb ik gezien wat voor een mooi mens Joop van den Ende is. Hij was de eerste die we belden, hij stelde de familie Kraaijkamp gerust en stelde het Delamar Theater beschikbaar voor de publieke herdenkingdienst. Het was een mooi afscheid en ik ben trots dat ik “de ouwe Kraaij” heb mogen vertegenwoordigen en mijn vriend mocht noemen. We hadden echt lol met elkaar.’

 

Jij bent een van de weinigen, wat zeg ik, de enige die vroeger in de Dansen bij Jansen werkte en nu in de Disco Dolly. Hoe was het einde van de Dansen bij Jansen?

‘Emotioneel, maar onvermijdelijk. De laatste eigenaren hadden er een zooitje van gemaakt. In 2002 werd de Dansen bij Jansen overgedragen aan vier oud medewerkers. Waarvan twee leuke mensen en twee minder leuke mensen. Ze kregen bonje met elkaar en de twee leuke stapten op. Toen is die tent helemaal bergafwaarts gegaan. Van oudsher was het traditie dat oud werknemers bleven komen, daar had ik geen trek meer in. Niemand van die club trouwens.’

Foto: Flyer van Sidney uit 1994′

Foto: Flyer laatste bovenavond Sidney’

‘Het leukste aan Dansen bij Jansen was dat alles, wat ze tegenwoordig noemen,  eclectisch was. Een mengelmoes. Van de mensen tot de muziek. Studenten, travestieten, mannen in trainingspak, jong en oud. De uitgaanscultuur was vroeger heel anders dan nu. Je had geen externe partijen die feesten organiseerden. Elke avond wist je wat je kon verwachten, wie er achter de bar stonden en wat voor muziek er werd gedraaid. In de zomer gaven we elke zondag een thema feest in de Dansen bij Jansen. Zoals de Russische Nacht. We knalden een rood doek tegen de muur, wodka voor één gulden, de portier in een Russisch pak en het was feest. We hebben het ook wel eens ingericht als enorm casino, of een boksring middenin de zaal.’

 

Als veteraan van het nachtleven, hoe vind je dat de Dolly op koers ligt?

‘De Dolly kan heel lang blijven bestaan. Het wordt goed geleid en zit beter in elkaar dan de Dansen bij Jansen, dat werd bij elkaar gehouden door punaises. Mensen voelen zich thuis in de Dolly en het pand is onmogelijk, maar het werkt. Ik heb mijn hele leven het beste gefunctioneerd in disfunctionele clubjes. Perfectie is niet leuk, perfectie is naar omdat je dan perfect moet blijven.’